Joana Serrado

Joana Serrado (Portugal 1979) studeerde filosofie en Nederlands aan de Universiteit van Coimbra. Haar masterscriptie ging over het filosofische gedachtegoed van Hadewijch van Antwerpen (2005). Momenteel werkt ze aan de Faculteit Theologie aan een proefschrift over een Portugese mystica, Joana de Jesus. In 2006 verscheen haar eerste poeziebundel in het Portugees, Tratado de Botanica (Verhandeling over Botanie).

Joana is de dichteres van de bundel Emparedada\Uit de muur en initiatiefnemer van de installatie.

Waarom een installatie?

Joana Serrado

Tijd gebruik ik niet meer. Ik heb het niet meer nodig, sinds ik ruimte heb ontdekt, een plaats, de kunst om plaats te nemen, plaats te hebben in mijn gedichten. “Alleen in mijn gedichten kan ik wonen”, zoals Slauerhoff dat al zei. Zijn ‘vriend’ Pessoa zag zijn burgerschap in de Portugese Taal. Maar die dichters hadden tijd, hun Tijd, eeuwige Dichters. Ik woon in een tijd zonder tijd. Ik woon in een Plaats. Mijn woon-plaats. (Zoeken niet alle doden hun plaats? Onder een nooteboom?) Mijn eigen privé-kade, waar schepen zich laten inmetselen of vertrekken met alle Zuiderzonnen.

Mijn gedichten, mijn gedachten, wonen in mij. Op zo’n extreme manier dat een gedicht een lichaam wordt, een kwetsbare, dringende, jaloerse minnaar die mij dwingt om zijn naam tot woorden te brengen. Een naam, tot het niet meer (dan) een (leeg) woord kan zijn: zonder mening, zonder betekenis, maar puur emotie. Een schreeuw, een geur. En dan een vorm.

Joane, Carin, automatiek

Emparedada\Uit de muur is een gedicht dat kwam uit de muren van de talen waar ik woon. De onbeheersbare Nederlandse woorden, onuitspreekbare gebaren van Portugese saudade. Een huis, een deur. Een deur die gesloten is, waarvan de sleutel kwijt geraakt is. De buren die de sleutel kunnen bewaren - mijn buurvrouw. Onze straat. En dan - een Graansilo, waar alle voedsel, het graan van woorden (en fricandellen) bewaard kan worden. Een huis om vrienden en vreemden te ontvangen. Gedichten die aangeraakt kunnen worden. Gedichten die niet meer op het witte papier zijn, maar wel ingemetseld in de artrose-botten van mijn buren: de buurvrouw, de buurtkinderen.

Boeken zonder woorden. Een huis onder de trappen. Klompen om uit te trekken. Een tapijt om te bidden-biechten. Een verhouding binnen de verzuiling, een keldergat waarop we kunnen vreemdgaan met onze tong-taal: de praatbaarheid tussen Hugo de Groot en Herberto Helder. Een dichter, een vertaler van het Groningse Graan: een poëtisch-filosofisch Misverstand.

Joana Serrado

>

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

>