Carin Schripsema

Carin Schripsema (Nederland 1953) had van 1992 tot 1998 een eigen galerie: Mollie O’Toole in Appingedam. Exposities werden gecombineerd met andere kunstvormen, met name theater, muziek, literatuur en poëzie. De laatste jaren houdt zij zich voornamelijk bezig met het onderzoeken van de onbekende meditatieve kant van Anton Heyboer. Uit grote hoeveelheden teksten, beeld- en videomateriaal, maakt zij selecties, zet deze opnieuw op papier en bindt ze met de hand in.

De bijdragen van Carin bestaan uit objecten die zijn geïnspireerd op de gedichten van Joana (houten boeken en tafels) en een video-collage over Anton Heyboer.

Genetisch materiaal

Carin Schripsema

Al mijn voorouders werkten en leefden in de provincie Groningen. Zij bebouwden het land en hielden vee. Zij waren voerman, arbeider, dagloner, boerenknecht, landbouwer, pakhuisknecht, molenaar, vlasbouwer, koopman, boekweitmolenaar, grutter, binnenvaarder, werkman, molenaarsknecht, wagenmaker. De oogst van het land ging door hun handen, hun leven bestond uit harde fysieke arbeid, gedicteerd door de natuur en de elementen. Ze waren spaarzaam, ook met woorden. Alles wat gedaan werd, moest nut hebben. Elke dag werd er uit de bijbel gelezen, vaak het enige boek dat ze in huis hadden. In de kerk zongen ze, en luisterden ze naar het woord van God.

Door Joana’s gedichten, haar pogingen drager van een nieuwe taal te worden, en door haar erfenis, haar wel of niet gemanipuleerde genen, en door alles wat de tijd heeft gedaan, zijn ook haar Portugese voorouders hier aanwezig.

Joana’s achtergrond is een heel andere. Ik bewonder haar in haar moedige poging te leren leven in een nieuwe taal, terwijl haar verleden nog aan haar trekt. Zo zijn in deze silo niet alleen stugge Groningers, maar ook Portugese voorouders op een haast mystieke wijze aanwezig.

Klompen

De klompen in een van haar gedichten brengen haar steeds verder van haar vaderland en haar moedertaal. Ze moeten tegelijkertijd haar kwetsbare blote voeten beschermen.
In de kerkelijke atmosfeer van het industriële gebouw (pilaren, gewelven, een veelvoud aan ramen) versmelt de landbouwer met het mythische beeld.

Ik plaats de klompen, versleten klompen die onze voorouders hier uitgetrokken hebben, naast de deur.
Ook zet ik twee halve tafels neer bij de ramen. Eén voor het boek van de Groningse familie, één voor een Portugese. Ik maak boeken van hout, niet bedoeld om in te lezen.

Carin Schripsema

>

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

>